Naar boven ↑

Uitspraak

Met annotatie door mr. A. Schaberg

Machtsongelijkheid in arbeidskwestie leidt tot onvrede

Dat sprake was van een ongelijkwaardige verhouding tussen de deelnemers aan de mediation is inherent aan de werknemer-werkgeververhouding en hoefde voor de mediator geen aanleiding te zijn om niet aan de mediation te beginnen. Klager heeft enkele uitlatingen van mediator als bedreiging opgevat, hetgeen door de mediator voldoende aannemelijk wordt betwist. De Tuchtcommissie ziet geen aanleiding geluidsopnamen ingediend door klager te beluisteren. In algemene zin volgt niet uit MfN-regelgeving dat dergelijke opnamen niet kunnen dienen als bewijsmateriaal. De Tuchtcommissie verklaart de klacht ongegrond.