Annotatie
13 augustus 2026
Uitspraak
Vrijwilligheid, onafhankelijkheid en procesinrichting niet geschonden ondanks psychische belastbaarheid partij
Het College van Beroep herhaalde in zijn uitspraak (B-2025-3) in grote lijnen de uitspraak van de Tuchtcommissie in die zaak, inclusief haar motivering die leidde tot ongegrond bevinding van de klacht.[1] Er speelde in die zaak wellicht één punt dat de mediator mogelijk wel eens uit haar slaap heeft gehouden. Zij had in haar eindbericht namelijk geschreven: ‘Unfortunately no agreements have been made.’ Zoals ook nog eens ‘gecodificeerd’ in het MfN-Mediationreglement dat sinds 1 januari 2026 geldt, dient het eindbericht neutraal te zijn. Hier zag de tuchtrechter ook voor die tijd strikt op toe. Iedere toespeling naar het verloop van de mediation, wie die heeft beëindigd of het resultaat daarvan, is uit den boze. Immers: het eindbericht valt niet onder de vertrouwelijkheid van de mediation. Toespelingen daarnaar zouden daarmee dus in strijd kunnen zijn. De Tuchtcommissie, en in navolging van haar het College van Beroep, sauveerden de mediator op dit punt terecht, en met een koninklijke oplossing. De opmerking in het eindbericht was volgens de tuchtrechter weliswaar ongewenst, want onnodig en mogelijk gekleurd, maar leverde geen klachtwaardig handelen van de mediator op. Praktisch betekent dit: voordat handelen in strijd met de Gedragsregels leidt tot klachtwaardig handelen, moet er meer aan de hand zijn. In formele zin zou gezegd kunnen worden dat weliswaar in strijd is gehandeld met de gedragsregels ‘maar dat dit van ‘onvoldoende gewicht is om een maatregel te rechtvaardigen.’[2]
[1] M-2025-2, Tuchtrecht Updates 2025, nr. 4.
[2] Zie ook mijn commentaar op de uitspraak van de Tuchtcommissie in deze zaak in Tuchtrecht Updates 2025, nr. 4.
